ZinInZicht praktijk voor levensoriŽntatie en geestelijke verzorging

Zo gaat het niet langer (2)

Tijdens een van zijn onrustige nachten valt Hanna’s vader van de trap. Anna, zijn vrouw, krijgt hem ternauwernood weer boven in bed. De volgende ochtend belt ze haar dochter Hanna.

Hanna: “Toen ik daar aankwam, zag ik in een flits de toestand die zich afgespeeld moest hebben. Ik zag allemaal bloed beneden aan de trap en liep meteen door naar boven. Ik zag de diepe wond aan het hoofd van mijn vader en belde de ambulance. Ook vroeg ik de buurvrouw om te komen helpen. Ze bood aan om de gang schoon te maken. Maar mijn moeder vond het prettiger als de buurvrouw bij haar kwam zitten. Ik ging toen aan de slag, geschokt door de toestand en me even erg alleen voelend.”

Onrust
Het contact tussen Hanna en haar moeder is daarna niet meer als vanouds. Het wegkijken door haar moeder staat een open verhouding in de weg. Daarentegen wordt het contact met Inge, Hanna’s jongere zus, die verder weg woont, intenser. Daar kan Hanna van tijd tot tijd haar onrust mee bespreken, zoals de spanningen die ontstaan over het zo goed mogelijk opvangen van hun ouders. Dat lukt niet altijd even goed. Hanna vertelt een voorval, toen haar vader op een avond weg was.

Hanna: “Het was al donker. Alle straten om het huis werden afgezocht. Maar nergens was papa te vinden. Op een gegeven moment werd zelfs de politie ingeschakeld. Uiteindelijk werd hij gevonden, dwalende door de straten en geen idee, waar hij was. Het werd voor alle betrokkenen steeds duidelijker: Zo gaat het niet langer.”

‘Ik zag de diepe wond aan het hoofd van mijn vader en belde de ambulance’

Aftakeling
Tijdens de laatste kerstviering in gezinsverband thuis is het opeens weer even als vanouds. Dit is voor Hanna het moment om iets met haar vader te bespreken wat haar al lang dwars zit.

Hanna: “Ooit had mijn vader – hij werd toen nog niet geplaagd door de dementie – in een gesprek over de toekomst van zijn dochters gezegd dat Inge nog weleens op de universiteit terecht zou komen en over mij zei hij: ‘Jij gaat later op de markt staan’. Ze vroeg haar vader waarom hij dat toen zo had gezegd. Hij wist het nog heel goed en kon me uitleggen dat hij in mij een mens zag die van niets iets kon maken. Dat ik geen universiteit nodig had om veel te kunnen bereiken. Hij kon aangeven – hij zat op zijn knieën voor mij – dat hij mij een zeer veelzijdig mens vond en met trots in zijn ogen keek hij me vol liefde aan. Voor mij is dit een moment waar ik nog steeds met ontroering aan terugdenk en wat me heel veel kracht heeft gegeven. Evenals het moment in m’n kinderjaren toen papa aan ons, zijn beide dochters, zeven en vier jaar oud, om vergeving vroeg na een onredelijke uitbarsting. Voor mij zij het belangrijke momenten om te blijven onthouden. Misschien wel juist in het proces van verdere aftakeling.”

Die aftakeling toont zich in allerlei facetten. Zo wil hij niet meer onder de douche en hij wil ook niet gewassen worden door vreemden, lees de thuiszorg. Hanna wast en scheert menigmaal haar vader. Er moet wat gebeuren en zodra er een plek vrij komt in het verpleeghuis wordt de knoop doorgehakt. Haar vader is al te verduisterd om dat te beseffen.

Verder lezen? Hij mag een weekje blijven (3)